Toen ik op 31 juli de deuren van Marres opende zag ik een aantal bekende gezichten op de stoep staan. Ik had voor deze groep mensen al eens eerder een presentatie gegeven. De groep inburgeraars die Marres kwam bezoeken is onderdeel van de Zelfredzaamheidsroute (Z-route), die zich specifiek richt op inburgeraars die moeite hebben om de Nederlandse taal op een regulier niveau te leren. Juist door taal in de praktijk te oefenen en op bezoek te gaan bij verschillende organisaties in de stad ontstaat er verbinding met een plek en dat versterkt de participatie.
Het bezoek startte met een kop koffie in de tuin, waar ik iets vertelde over Marres; het huis, de tuin en de tentoonstelling. De begeleider van de groep vertaalde, waar nodig, mijn woorden naar het Arabisch. Vervolgens liepen we met de bingokaart door de tentoonstelling. Er werden veel foto’s gemaakt en bijna alle deelnemers hadden interesse in de kunstwerken. Iedereen kon op eigen tempo de ruimtes verkennen en de kunst op zich laten inwerken. Toen iedereen klaar was met de bingokaart verzamelden we weer in de tuin. Hier gingen we in gesprek over de kunstwerken en wat ze van de tentoonstelling vonden.
Het laatste deel van het programma bestond uit het ontdekken van de tuin. De tuin was een bijzondere plek voor de groep en ze herkenden planten en kruiden uit hun eigen tuinen. Sommige deelnemers lieten mij foto’s zien van het dorp in Syrië waar ze zijn opgegroeid en andere deelnemers vertelden me over de bijzonderheden van de planten, zoals wanneer je thee moet drinken van een bepaalde plant om zo maagklachten tegen te gaan.
De kleurenkaart van Sanne Vaassen uit het boekje Ommuurde Tuin werkt ook altijd goed, specifiek als het soms moeilijk is om lange gesprekken met elkaar te voeren door een taalbarrière. Visuele aankooppunten bieden houvast en zorgen ervoor dat je makkelijker met elkaar kan communiceren.
Na nog een laatste kop koffie in de tuin was het tijd om weer afscheid te nemen. De deelnemers bedankten me allemaal persoonlijk en gingen daarna weer hun eigen weg.
Tekst: Bibice Piets






















